Wanneer alles tegelijk wil bloeien

Over nieuw leven en het stille vertrouwen dat voorafgaat aan onze groei.

Van de winter naar de lente, zonder brieven. Het leven bewoog me de afgelopen tijd zodanig dat ik mijn momenten van reflectie verloor. Met de zwangerschap en de komst van onze zoon Noah liet ik alles even vallen.

Alles is onderhevig aan verandering, zelfs mijn toewijding aan iets van grote waarde voor mijzelf en anderen. Met de winter ben ik opnieuw gestorven in wie ik ben en hoe ik beweeg in het leven. In plaats van mezelf te vertellen wat belangrijk is, koos ik ervoor het eerst te missen. Het bracht me bij deze nieuwe cyclus van brieven, geschreven vanuit een nieuw leven, waarin alles anders is en toch hetzelfde.

Hoop is essentieel in de lente. Vol verwachting aanschouw ik de naakte aarde nu de eerste groei zichtbaar wordt. Beter ontdek ik eerst wat wil groeien, in plaats van dat ik het vooraf bepaal. Zelfs in de lente is een mate van overgave aan het onbekende een vereiste. Natuurlijk hoop ik op het beste, maar zeker weten doe ik niets. In hoop zit overgave besloten, omdat ik nooit zeker weet wat het wel en wat het niet gaat redden. Hoop houdt mij staande in de dromen die ik koester, of ze nu uitkomen of niet.

Tussen overvloed en richting

De lente is daarmee een oefening in vertrouwen op het natuurlijke beloop. Hoewel er nu van alles in ons ontluikt, weten we nog niet wat werkelijk vrucht zal dragen. Met enkel wilskracht gaan we het niet redden; eerst hebben we te luisteren naar wat het leven met ons wil. De wil van het leven onderscheiden in de chaos van het alledaagse blijft een uitdaging. Vertrouwen in dat wat is (en dat het goed is zoals het is) kan helpen. In deze berusting duwt het leven ons als vanzelf de juiste kant op—een vreugdevol gevoel en gezonde spanning voor wat kan zijn maar nog niet is.

De jeugdige spanning die komt met mogelijkheden maakt ons snel onstuimig. We lopen het risico uit de bocht te vliegen wanneer we onze aandacht verstrooien over alles wat nu opkomt. Deze wildgroei, passend bij de lente, houdt geen stand wanneer we niet genoeg aandacht besteden aan de fundamenten die onze groei mogelijk maken.

Waar het licht naar binnen valt

Het belangrijkste fundament is de Lent, een vastentijd van onthouding en verstilling, die in vele vormen terugkomt in de grote tradities. Onthouding is nodig om ons te geleiden naar het reine in onszelf; het is de beproeving die de expansie van nieuw leven en de wedergeboorte van onszelf mogelijk maakt. Door te laten wat er niet werkelijk toe doet, creëren we de nodige ruimte waarin het leven tot ons kan spreken over het onzichtbare dat zichtbaar wil worden.

Hoe je de Lent invult is persoonlijk, maar ik nodig je uit om na te gaan wat je weghoudt van je zielsverlangen. Voor mij zijn het de kleine afleidingen waarmee ik mezelf afsnijd van de grote liefde die mij door de dag heen leidt. Het beeld dat ik mij voor ogen houd is het innerlijke kristallen kasteel, naar het voorbeeld van Teresa van Ávila. Dit kasteel schittert in het licht wanneer ik in het reine ben met mijn ziel, maar brokkelt langzaam af ieder moment uit het bewustzijn van de liefde in mijn leven.

Ik las onlangs in een boekje van Hans Korteweg: “Wie in liefde wil leven en zijn werk met hart en ziel wil doen, moet zijn persoonlijkheid beteugelen.” Een goede leefregel voor alle tijden van het jaar, maar in de lente van bijzonder belang. Met discipline verstevigen we ons fundament en groeien we langzaam, in goede banen, naar de volle expressie van onze dromen.

Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays over lente in de archieven.