In de wake van een naderende hittegolf belanden we in het stille midden van de hoogzomer. De periode na de zonnewende kan wat paradoxaal aanvoelen. Met de zon hoog aan de hemel en het licht in volle overvloed zouden we nu in de priem van ons leven moeten zijn, een en al vreugde en levensenergie. Toch kan een gevoel van lethargie ons bekruipen, wat al snel kan overslaan in een melancholische stemming. We kunnen ons verloren voelen zonder aantoonbare oorzaak. Daarmee vraagt het leven ons te vertragen en te verstillen, zodat onze rijping zich in rust kan voltrekken.
De natuur komt langzaam tot rust na een periode van krachtige groei. De aandacht gaat nu uit naar de rijping van de vruchten, en daarmee naar het vormen van goed zaad waarin de essentie van het nieuwe leven besloten ligt. Langzaam beginnen we te bouwen aan ons nalatenschap voor de volgende generatie. Met de subtiele gewaarwording van onze eindigheid komt de dood langzaam weer in ons leven. Dat kan voor weerstand zorgen, want we zijn nooit helemaal klaar om de dood toe te laten. Toch hebben we haar koele schaduw op te zoeken, want met het besef van onze eindigheid kunnen we ons beter bezinnen op het dragen van goede vruchten. Onze rijping voltrekt zich in stilte.
Mochten je willen doorfeesten alsof er geen einde is, dan is dat je gegund. De stilte kan naast het vieren van het leven staan. Maar wanneer je haar volkomen negeert of zelfs wegduwt, kan een holle leegte in je onstaan. Het naar buiten gerichte leven verliest dan zijn glans en je raakt teleurgesteld, op zoek naar vervulling waar je het niet kunt vinden.
Vervallen in het bekende
Zelf had ik verwacht dat ik, na jaren schrijven over de onderstromen, mezelf kon behoeden voor de valkuilen door het jaar heen. Toch tuimel ik er iedere keer weer vol overgave in. Mogelijk kan ik sneller duiden wat me overkomt, maar ik besef me inmiddels dat we allen onderhevig zijn aan de grondpatronen van het leven, ook al voelen we ons zo verheven. Uiteindelijk worden we allemaal op onze plek gezet en heb ik vrijheid gevonden in het eerbiedig en van harte innemen van die plek. Zo dein ik mee op de golven van de getijden. Het leven overkomt me keer op keer, en ik kan mijzelf makkelijker vergeven wanneer ik weer eens verzand of aanspoel op een desolate plek.
Ik nodig je uit verkoeling te zoeken in de schaduw van de stilte, want veel anders valt nu niet te bewerkstelligen. Je mag stilstaan bij wat je hebt verwezenlijkt de afgelopen tijd, hoe onvolmaakt het ook mag voelen, en jezelf de ruimte gunnen je vruchten te laten rijpen. Die ruimte ontstaat niet vanzelf, want de verleiding tot afleiding is nu immens. Chaos heerst en vraagt jou het oog in de storm te zijn. Wend jezelf tot een bron van levend water en les je dorst daar.
Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays over zomer in de archieven.