De overvloed in de natuur overweldigt me dit jaar. In een periode van twee weken bewoog ik me van een wat verlaat besef van de lente naar een abrupte ontmoeting met de vroege zomer, omringd door een weelde aan nieuwe groei. De sprong van lente naar vroege zomer blijft me verrassen. Zo lang lijkt de natuur stil te staan, en dan, van de ene op de andere dag, is alles veranderd.
Afgelopen weekend co-faciliteerde ik opnieuw een retraite voor Rooted, een stichting die mensen met een migratieachtergrond helpt te aarden in Nederland. Tijdens het programma behandelen we de verschillende dimensies in het leven die bepalen of je je ergens thuis voelt.
Vertrouwen voorbij overtuiging
Een van die dimensies is onze spirituele aarding. Deze dimensie gaat over onze relatie tot een hogere kracht, maar ook over onze verbinding met iets wat voorbij onszelf gaat. Iets groters, waaraan we ons kunnen toevertrouwen en waar we een relatie mee kunnen aangaan. Iets dat troost en hoop biedt, ongeacht wat er in ons leven gebeurt. Voor de één manifesteert zich dit als een geloof in God, voor de ander als een diep vertrouwen in de goedheid van de mens of in de eenheid van het leven zelf.
Tijdens de retraites komen mensen samen met roots in alle delen van de wereld. De spirituele dimensie roept daarbij altijd interessante vragen op. Ondanks onze verschillende religieuze, agnostische en atheïstische overtuigingen gaan we samen op zoek naar onze spirituele aarding, in lijn met onze persoonlijke spiritualiteit.
Een van de deelnemers gaf aan overtuigd atheïst te zijn en niet te geloven in God of een hogere macht. Tegelijkertijd voelt ze zich diep spiritueel geworteld in de verwondering die ze ervaart in de natuur. Het raakte me, want ik herkende de ervaring waar ze over sprak. Zelf heb ik een sterk godsbesef, ben ik verankerd in een rijke traditie en noem mezelf allesbehalve atheïstisch. Toch spraken we, voorbij onze overtuigingen, over dezelfde bron.
We deelden het besef van iets dat buiten de tijd staat. Als een eeuwige omhelzing die verleden, heden en toekomst omvat, en alles doordrenkt met een liefde die ten grondslag ligt aan de onherroepelijke groei van het leven. En in een onbevangen moment van verwondering lukt het ons beiden die aanwezigheid kortstondig aan te raken, ook al geven we het een andere naam.
Opnieuw beginnen, telkens weer
De laatste weken raak ik het eeuwige bijna dagelijks even aan. Deze overgangsfase van lente naar zomer wordt geregeerd door het hart, en daardoor is verwondering makkelijker te ervaren. Tijdens een avondwandeling herinnerde ik me dat het eeuwige, dat wat buiten de tijd omvat, per definitie jonger is dan wij die in de tijd leven.
Als een kind dat vol enthousiasme geen genoeg krijgt van iets wat het mooi vindt, zo zie ik het eeuwige keer op keer van zichzelf getuigen. Het nodigt ons uit met datzelfde enthousiasme, ongemoeid door de eeuwige herhaling, de schoonheid van de creatie te blijven vieren. Met iedere zonsopgang weer, als een bezield kind dat zegt, “Nog een keer, nog een keer, nog een keer.”
Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays over lente in de archieven.