Het begint met een kleine stap. Een zachte en tedere beweging naar het goede toe, nog onvolmaakt en kwetsbaar, zoals de fluwelen wilgenkatjes die nu verschijnen. In deze tijd kan ik verloren raken in een niemandsland waar het veilig voelt, waar ik niet in beweging hoef te komen. In dit landschap kan ik mijzelf vasthouden en troosten, maar hoe langer ik wacht, hoe meer onrust binnenkruipt. Het leven vraagt iets van mij.
Ik mag kiezen voor het leven. Mijn nieuwe leven. In het ontwakende licht zie ik helder waar ik stilsta. De eerste stap is aan mij. Want in de lente gaat niets vanzelf, zonder dat ik daar bewust voor kies. Die overvloed komt pas later, in de volheid van de zomer, wanneer ik mijn eigen inzet heb getoond.
Kies ik nu voor niets, dan ontvouwt niets zich in mijn leven. Dat is een confronterend, pijnlijk besef. Onze cultuur is zodanig verhard en individualistisch geworden, dat de natuurlijke impuls van de lente mij kan bevriezen. Alleen springen is doodeng. Gaat het goed met mij, dan mag ik de eer zelf opstrijken. Succes is immers te danken aan mijn harde werk en uitmuntendheid. Maar als het leven even minder goed lukt, dan heb ik ook dat aan mijzelf te danken. Daarom is het verleidelijk om op het veilige droge te blijven, en mijzelf te behoeden voor een gevoel van falen, terwijl het met anderen goed lijkt te gaan.
Breken om te groeien
Het vereist moed om te springen. Daartoe maak ik mijzelf leeg, een rommelig en lelijk proces waarin ik mijn lichaam en geest de ruimte geef zich te ontdoen van het onnodige. In de vastentijd kom ik mijzelf keihard tegen. Frustratie, woede en verdriet komen naar boven. Wat overblijft is een holle leegte, kwetsbaar, gebroken en rauw. Dit is de vruchtbare bodem waarin het nieuwe leven met mij kan werken. Het leven en de dood werken nauw samen, gelijktijdig breken ze mij af en bouwen ze mij weer op.
Maar hier stopt het niet. Durf ik, in mijn kwetsbaarheid, een kleine stap te zetten? Een eerste stap richting mijn intieme verlangen, al is het nog teder en jong? Daarmee laat ik zien dat ik bereid ben om te falen, om teleurgesteld te raken, om afgewezen te worden. De mogelijke pijn die dat met zich meebrengt weegt niet op tegen het veilige, maar doodse verblijf in het ongewisse.
Nu de naderende equinox donker en licht in balans brengt, nodig ik je uit een eerste stap te zetten. Want die eerste stap kan niemand voor je maken. Maar om moed mag je vragen, en het leven loopt met je mee.
Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays over lente in de archieven.
