Over de jaloezie op een natuur die zingt zonder twijfel, en de kunst van stenen leggen in een stroom die ik niet beheers.

Stuntelen met vage instructies

Over de jaloezie op een natuur die zingt zonder twijfel, en de kunst van stenen leggen in een stroom die ik niet beheers.

Een beeld blijft bij me wanneer ik deze tijd van het jaar probeer te duiden. Ik moet denken aan een cascade, een kleine waterval waarbij het water van de ene steen op de andere valt.

Ik stel me voor hoe ik tot mijn enkels in het heldere water sta en door stenen te verplaatsen de stroom beïnvloed. De keuzes die ik maak bepalen hoe het water stroomt. Dus til ik stenen op en leg ik ze ergens anders neer, op zoek naar een stroom die me bevalt. Maar het water blijft komen, en trekt zich weinig aan van blokkades die ik opwerp.

Ik kijk omhoog naar de laaghangende zon, die de ochtenddauw verlicht en de bomen tot silhouetten maakt. Het licht schenkt alles een glinstering en de vogels bezingen de ochtend. Ik geniet van de schoonheid maar tegelijk bekruipt me een vreemd gevoel. Ik voel me jaloers op de natuur; de zon, de bomen en de vogels zijn zo vanzelfsprekend meesters van zichzelf. Ze zingen hun lied zonder twijfel. Hier vind ik het prille verlangen van de lente: weten hoe ik mag zingen.

Meer macht dan ik bezit

Het voelt nog wat onwennig, alsof ik aan het stuntelen ben met vage instructies. De eerste tekenen van groei geven weinig prijs over hoe het leven zich gaat ontwikkelen.

De volgende zet is aan mij, maar ik schrijf mezelf niet meer macht toe dan ik werkelijk bezit. Sommige inspiratie ontkiemt vanzelf, maar andere verlangens willen maar niet opkomen. Ik ondervind wat geboren wil worden. Die geboorte is vaak bitterzoet, want in de eerste vormen zie ik al wat het zeker niet is. Ik kan mijzelf saboteren door iets te willen forceren, omdat ik het zo graag wil. Maar die keuze leidt tot teleurstelling.

Niet alles zal leven. Daarom herhaal ik door de dag heen een oud gebed: laat mij slechts zijn van u alleen, dat mijn wil d’uwe zij en anders geen. Dit is een oefening in vertrouwen; het verankert me in een onstuimige periode van het jaar.

Een krachtig vertrouwen vrijwaart me niet van teleurstelling. De teleurstelling mag blijven, maar niet leiden. Ik blijf observeren hoe het water wil stromen en leg mijn stenen op de juiste plek. Zo bevorderen mijn keuzes de stroom. Want sterker dan het water zal ik nooit zijn.

Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays over lente in de archieven.