Wat niet schreeuwt maar wacht, geeft richting voorbij de ijdele droom. Lees tot het einde, want er komt iets nieuws bij de brieven.

Dit geblakerde land, kan het leven?

Wat niet schreeuwt maar wacht, geeft richting voorbij de ijdele droom. Lees tot het einde, want er komt iets nieuws bij de brieven.

Deze week durfde ik toe te geven aan wat ik lang niet wilde zien. In de nasleep van de winter ben ik lang op zoek geweest naar toewijding. Iets waar ik het vuur en de passie van de lente in kan storten. Maar het bleef stil.

Een paar dagen geleden schreef ik nog op:

Pasen, een nieuw leven. Is dat zo? Het voelt alsof de ideeën vlak onder de oppervlakte bewegen, vluchtig en chaotisch, maar niets werkelijk opkomt. Alles gaat harder dan ik. Ik slaap, slaap, slaap.

De lente is een rauwe en onzekere tijd, zeker wanneer alles tot leven komt en ik achterblijf. Ik voel de druk om te presteren en ga harder werken, in de hoop dat ik daarmee mijn passie aanwakker. Maar wat de bedoeling is, schreeuwt niet om mijn aandacht. Het wacht geduldig tot ik wil luisteren, en luisteren doe ik het beste wanneer ik durf stil te staan.

Ik twijfel aan mijzelf. Mijn zoon is onlangs 1 geworden, en daarmee beweeg ik uit een bubbel waarin alles even stil mocht staan. Na een langere periode van ingetogenheid begint het leven hard aan me te trekken.

Ik fietste onlangs naar de stad om wat achterstallige zaken af te ronden. Maar halverwege realiseerde ik me dat ik de spullen was vergeten om mijn werk te kunnen doen. Ik belandde in de stad zonder doel. Ik ging ergens zitten in de zon en gaf me over aan een stilte die ik maar al te goed ken. Voor het eerst in lange tijd stond ik mijzelf toe even niets te doen. Maar het bleef oorverdovend stil. Ik schreef een matig stuk en ging weer naar huis, verslagen.

Op die avond zat ik dan toch echt aan de grond. Een grond als een geblakerde vallei, bezaaid met beenderen. Hier sterft wat mij zekerheid geeft in het leven, en hier zie ik hoe verknocht ik ben aan wat al gestorven is. Dit is cruciaal. Het nieuwe leven vereist mijn erkenning van wat dood is, wat niet meer wil leven. Mijn partner hielp me daarmee. En voor het eerst durfde ik wat al lang wist uit te spreken.

Met mijn woorden kwamen tranen. Want door het nieuwe leven te erkennen rouw ik om wat gestorven is. Ik rouw om het verlies van zekerheid en bestemming, het gebaande pad waar ik succes heb behaald en naam heb gemaakt. Laat ik dat los, dan verdwijnt die zekerheid. Dan weet ik niet hoe het gaat lopen.

Samenwerken met het eeuwige

Het leven is machtiger dan ik, en staat mij niet toe vast te houden en te springen tegelijkertijd. Maar het vuur laait enkel op wanneer ik spring, en die passie heb ik nodig om te volharden in mijn keuze. Dan, de keuze eenmaal gemaakt, durf ik mij volledig aan het nieuwe leven te wijden? Anders val ik vanzelf terug in het oude vertrouwde.

De kracht om te volharden wordt gevoed door steeds opnieuw te kiezen voor het verlangen, en mijn tijd en aandacht te schenken aan wat er toe doet. Ik heb mijn kostbaarste uren niet te besteden aan wat er moet gebeuren, maar aan het werk wat me beweegt. Ik heb door te werken zonder gelijk resultaten te willen zien, zonder mij te meten aan het succes van anderen. Of zoals mijn partner het vrij bondig zei: doorgaan, doorgaan, doorgaan.

Zonder garanties mag ik samenwerken met het eeuwige, en doen alsof de tijd niet bestaat. Bepaal ik de kaders vooraf, dan zoek ik vanzelf naar iets wat past in mijn beperkte tijd. Met een hamer in mijn hand ga ik op zoek naar spijkers, de randzaken die nauwelijks raken aan wat het eeuwige mij ingeeft.

Durf ik de tijd los te laten, en te geloven dat er geen beperkingen zijn aan mijn toewijding? Durf ik door te gaan zonder direct vrucht te dragen, zonder zekerheid dat het goed komt? Want alleen dan maak ik het benodigde offer, en beweeg ik voorbij de ijdele droom.

Gepubliceerd op door Sacha Post. Dit essay is onderdeel van de wekelijkse brieven. Ontdek meer essays over lente in de archieven.